Terug naar kennisbank
AI Act ·25 augustus 2026 ·10 min lezen

Artikel 50 uitgelegd: wanneer moet je zeggen dat het AI is?

Artikel 50 van de EU AI Act verplicht bedrijven niet om bij ieder gebruik van AI dit te vermelden. De transparantieplicht geldt specifiek bij chatbots, AI-gegenereerde content, deepfakes en emotieherkenning. Een praktisch overzicht voor het mkb — geen juridisch advies.

Artikel 50 van de Europese AI Act verplicht bedrijven niet om bij ieder gebruik van AI te vermelden dat AI is gebruikt. De transparantieplicht geldt in specifieke situaties: wanneer mensen rechtstreeks met een AI-systeem communiceren, wanneer bepaalde AI-gegenereerde of gemanipuleerde content wordt gepubliceerd, en bij toepassingen zoals deepfakes, emotieherkenning en biometrische categorisering.

Voor een mkb-bedrijf betekent dit bijvoorbeeld dat een klantenservicebot doorgaans duidelijk moet maken dat de klant met AI praat. Een medewerker die AI gebruikt om een gewone zakelijke e-mail te verbeteren, hoeft daarentegen niet automatisch "geschreven met AI" onder te zetten. Ook hoeft niet ieder blogartikel waarbij AI als schrijfhulp is gebruikt een AI-label te krijgen. Artikel 50 kijkt naar het soort systeem, de manier waarop de output wordt gebruikt en wie juridisch verantwoordelijk is voor die toepassing. De verplichtingen zijn sinds 2 augustus 2026 van toepassing — bredere context over wat er verder al wel en nog niet geldt vind je in ons overzicht De EU AI Act voor het mkb.

Situatie 1: iemand praat rechtstreeks met een AI-systeem

Artikel 50 lid 1 gaat over AI-systemen die bedoeld zijn om rechtstreeks met natuurlijke personen te communiceren. De aanbieder moet ervoor zorgen dat gebruikers weten dat zij met AI interageren, tenzij dit voor een normaal geïnformeerde en oplettende persoon al duidelijk is.

Denk aan:

  • een chatbot op een bedrijfswebsite;
  • een AI-klantenserviceagent;
  • een virtuele assistent;
  • een spraakbot die telefoongesprekken voert;
  • een interactieve AI-avatar.

De Europese Commissie verduidelijkt dat het om een echte directe interactie moet gaan. Een AI-systeem dat alleen op de achtergrond gegevens analyseert, valt niet onder deze specifieke meldplicht. Ook machine-to-machinecommunicatie valt erbuiten.

De melding moet uiterlijk aan het begin van de eerste interactie duidelijk en herkenbaar zijn. Een tekst als "Je chat met onze AI-assistent" is daarom veel duidelijker dan informatie die alleen diep in algemene voorwaarden staat.

Er bestaat een uitzondering wanneer het evident is dat iemand met AI communiceert. De Commissie geeft echter aan dat deze uitzondering restrictief moet worden uitgelegd. Voor bedrijven die twijfel willen voorkomen is een korte, expliciete melding daarom meestal de eenvoudigste oplossing.

Een medewerker die AI gebruikt is iets anders

Niet iedere communicatie waarbij ergens AI achter zit, wordt daardoor een rechtstreekse AI-interactie. Stel dat een medewerker een taalmodel gebruikt om een antwoord op een klantmail op te stellen, het resultaat controleert en vervolgens zelf de mail verstuurt. De klant communiceert dan met de medewerker, niet rechtstreeks met het AI-systeem. Artikel 50 lid 1 verplicht het bedrijf in zo'n situatie niet automatisch om te melden dat AI bij het schrijven is gebruikt. Dat onderscheid is relevant voor veel mkb-processen: AI als intern hulpmiddel is juridisch iets anders dan een AI-agent die zelfstandig tegenover een klant optreedt.

Situatie 2: aanbieders moeten gegenereerde content technisch markeren

Artikel 50 lid 2 bevat een andere transparantieplicht. Aanbieders van systemen die synthetische tekst, afbeeldingen, audio of video genereren moeten ervoor zorgen dat de output machineleesbaar wordt gemarkeerd en als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd kan worden gedetecteerd. Deze verplichting geldt ook voor aanbieders van general-purpose AI-systemen.

Dat is iets anders dan een zichtbaar label voor de eindgebruiker. Een machineleesbare markering kan bijvoorbeeld worden verwerkt in metadata of een andere technische herkomstmarkering. Het doel is dat systemen kunnen vaststellen dat content door AI is gegenereerd of gemanipuleerd.

Voor een mkb-bedrijf dat simpelweg een bestaande generatieve AI-dienst gebruikt, ligt deze technische verplichting in beginsel bij de aanbieder van het AI-systeem, niet bij iedere medewerker die een afbeelding of tekst genereert. De Commissie noemt bovendien uitzonderingen, onder andere voor bepaalde standaardbewerkingen, broncode, zeer beperkte output en bepaalde machine-to-machine- of industriële toepassingen.

Situatie 3: deepfakes moeten herkenbaar worden gemaakt

Een zichtbaar AI-label wordt belangrijker wanneer een bedrijf AI gebruikt om een deepfake te maken. De AI Act definieert een deepfake in essentie als door AI gegenereerd of gemanipuleerd beeld-, audio- of videomateriaal dat bestaande personen, objecten, plaatsen, entiteiten of gebeurtenissen nabootst en ten onrechte authentiek of waarheidsgetrouw kan lijken.

Een fotorealistische video waarin een echte directeur woorden lijkt uit te spreken die hij nooit heeft gezegd, is een duidelijk voorbeeld. Een volledig fictieve illustratie is daarentegen niet automatisch een deepfake. Het relevante criterium is niet alleen dat AI is gebruikt, maar ook of het materiaal iets bestaands nabootst en daardoor ten onrechte echt kan lijken.

Wie beroepsmatig zo'n deepfake gebruikt, moet dat uiterlijk bij de eerste blootstelling duidelijk bekendmaken. Alleen vertrouwen op verborgen metadata of een machineleesbaar watermerk is daarvoor niet voldoende: de melding moet voor mensen waarneembaar zijn. Voor duidelijk artistieke, satirische, creatieve of fictieve werken geldt een soepelere vorm van openbaarmaking, zodat het label het werk zelf niet onnodig verstoort.

Situatie 4: AI-teksten over onderwerpen van publiek belang

Artikel 50 bevat ook een regel die rechtstreeks relevant kan zijn voor websites, uitgevers en contentteams. Wanneer een gebruiksverantwoordelijke AI gebruikt om tekst te genereren of manipuleren en die tekst publiceert met als doel het publiek te informeren over zaken van publiek belang, moet duidelijk worden gemaakt dat de tekst kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd.

De Commissie noemt hierbij onderwerpen zoals politiek, openbaar bestuur, rechtspraak, grondrechten, publieke veiligheid, volksgezondheid, milieubescherming en ontwikkelingen op economisch, financieel, wetenschappelijk of cultureel terrein die onderwerp van publiek debat kunnen zijn. Dat betekent niet dat ieder AI-ondersteund bedrijfsblog automatisch een AI-label nodig heeft. Er bestaat namelijk een belangrijke uitzondering.

Menselijke redactionele controle kan de labelplicht wegnemen

Een AI-gegenereerde tekst over een onderwerp van publiek belang hoeft volgens artikel 50 niet als zodanig te worden gelabeld wanneer de tekst een inhoudelijke menselijke beoordeling of redactionele controle heeft ondergaan en een persoon of organisatie de redactionele verantwoordelijkheid voor de publicatie draagt.

Die controle moet wel echt inhoudelijk zijn. Alleen spelling controleren, wat zinnen aanpassen of automatisch een tekst door een grammaticatool halen geldt volgens de Commissie niet als voldoende menselijke beoordeling. Bij echte redactionele controle moet iemand met relevante kennis de inhoud kunnen beoordelen, corrigeren, afwijzen en bijvoorbeeld feiten en bronnen controleren.

Dit is voor mkb-bedrijven een belangrijk praktisch onderscheid: een bedrijf kan AI dus gebruiken bij onderzoek, structurering of het schrijven van een artikel zonder per definitie ieder gepubliceerd stuk van een AI-label te voorzien, zolang er daadwerkelijk menselijke inhoudelijke controle en redactionele verantwoordelijkheid bestaat wanneer de tekst onder deze categorie valt.

Hoe moet je melden dat het AI is?

Artikel 50 schrijft niet één standaardtekst, icoon of label voor. De informatie moet wel duidelijk en te onderscheiden zijn en uiterlijk worden gegeven op het moment van de eerste interactie of blootstelling. Daarnaast moet de melding voldoen aan toepasselijke toegankelijkheidseisen.

Bij een chatbot betekent dit bijvoorbeeld dat een bezoeker bij het openen van het gesprek direct moet kunnen begrijpen dat hij met een AI-systeem communiceert. Een formulering als "Je chat met onze AI-assistent" is daarvoor duidelijker dan alleen een roboticoontje of een vermelding ergens in de privacyverklaring.

Bij deepfakes moet de openbaarmaking eveneens voor mensen waarneembaar zijn. De Europese Commissie noemt bijvoorbeeld een zichtbaar of hoorbaar label. Alleen verborgen metadata of een technische AI-markering is daarvoor niet voldoende — die machineleesbare markering heeft een ander doel en valt onder de verplichtingen voor aanbieders uit artikel 50 lid 2.

De praktische vuistregel is daarom: de persoon die met AI interageert of AI-content te zien krijgt, moet de melding kunnen waarnemen zonder daarvoor instellingen, metadata of technische hulpmiddelen te hoeven openen.

Wie moet eigenlijk iets doen: de aanbieder of de gebruiker?

Artikel 50 legt niet alle verplichtingen bij dezelfde partij. Dat onderscheid is belangrijk wanneer een mkb-bedrijf bestaande AI-software van een externe leverancier gebruikt.

De aanbieder van het AI-systeem heeft onder artikel 50 onder meer verplichtingen rond systemen die rechtstreeks met mensen communiceren. Ook moet de aanbieder van generatieve AI ervoor zorgen dat synthetische tekst, audio, afbeeldingen en video technisch machineleesbaar kunnen worden gemarkeerd en als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd detecteerbaar zijn.

De gebruiksverantwoordelijke — in de Engelse tekst deployer — is de organisatie die het AI-systeem onder haar verantwoordelijkheid gebruikt. Voor die partij bevat artikel 50 onder meer verplichtingen rond emotieherkenning, biometrische categorisering, deepfakes en bepaalde AI-gegenereerde teksten over onderwerpen van publiek belang.

Een mkb-bedrijf dat een externe AI-chatbot op zijn website plaatst, is dus niet automatisch de aanbieder van het onderliggende model. Omgekeerd betekent het gebruik van software van een externe leverancier ook niet dat alle verantwoordelijkheid bij die leverancier ligt.

Daarom is het verstandig om bij iedere AI-toepassing minimaal vast te leggen:

  • wie juridisch de aanbieder van het AI-systeem is;
  • wie het systeem daadwerkelijk inzet;
  • of natuurlijke personen rechtstreeks met het systeem communiceren;
  • of gegenereerde content extern wordt gepubliceerd;
  • welke transparantieplicht uit artikel 50 daardoor relevant is.

Dat voorkomt de te simpele conclusie: "Onze leverancier voldoet aan de AI Act, dus wij hoeven niets meer te doen." Artikel 50 verdeelt de verplichtingen juist over verschillende rollen in de AI-keten.

Ook emotieherkenning en biometrische categorisering vallen onder artikel 50

Artikel 50 gaat niet alleen over generatieve AI. Een bedrijf dat een systeem voor emotieherkenning of biometrische categorisering gebruikt, moet personen die daaraan worden blootgesteld over de werking van zo'n systeem informeren. Dat geldt zowel bij realtimegebruik als wanneer de verwerking achteraf plaatsvindt.

Dit kan bijvoorbeeld relevant zijn bij bepaalde camera-, analyse- of personeelssystemen. Los daarvan kunnen voor zulke toepassingen aanvullende of strengere regels uit andere delen van de AI Act en de AVG gelden.

Wanneer hoeft een mkb-bedrijf dus géén AI-label te plaatsen?

Artikel 50 bevat geen algemene regel dat alle AI-gebruik openbaar gemaakt moet worden. Voor veel alledaagse toepassingen bestaat daarom geen specifieke verplichting om tegenover klanten te zeggen dat AI is gebruikt.

Denk bijvoorbeeld aan AI die intern helpt bij:

  • het samenvatten van documenten;
  • het verbeteren van spelling en stijl;
  • het schrijven van conceptmails die een medewerker zelf controleert en verstuurt;
  • code-assistentie;
  • interne brainstorms;
  • het analyseren van bedrijfsgegevens zonder directe interactie met betrokken personen.

Ook een normale marketingtekst of productomschrijving krijgt niet uitsluitend doordat AI bij het schrijven is gebruikt automatisch een verplicht zichtbaar "AI-generated"-label. Wel kunnen andere regels relevant blijven, bijvoorbeeld consumentenrecht, auteursrecht, privacywetgeving of regels tegen misleiding.

Een praktische artikel 50-check

Voor een mkb-bedrijf kan de eerste beoordeling meestal met vijf vragen worden uitgevoerd:

  • Praat een klant of andere persoon rechtstreeks met het AI-systeem? Maak dan in beginsel duidelijk dat het AI is.
  • Publiceer je AI-gegenereerd beeld, audio of video dat echt kan lijken terwijl het dat niet is? Controleer dan of het als deepfake moet worden bekendgemaakt.
  • Publiceer je AI-gegenereerde tekst om het publiek over een onderwerp van publiek belang te informeren? Controleer dan de transparantieplicht uit artikel 50 lid 4.
  • Is die tekst inhoudelijk door een bevoegde persoon beoordeeld en valt hij onder echte redactionele verantwoordelijkheid? Dan kan de uitzondering op de labelplicht gelden.
  • Bied je zelf een generatief AI-systeem aan? Dan zijn ook de technische verplichtingen rond machineleesbare markering van output relevant.

Conclusie

"AI gebruikt" betekent onder de AI Act niet automatisch "AI-label verplicht". Artikel 50 richt zich op situaties waarin mensen moeten kunnen herkennen dat zij met AI communiceren of dat content kunstmatig is gegenereerd of gemanipuleerd.

Voor de meeste mkb-bedrijven zijn vooral drie gevallen praktisch relevant: klantgerichte AI-agents en chatbots, deepfakes en AI-gegenereerde publicaties over onderwerpen van publiek belang. Bij die laatste categorie is menselijke redactionele controle cruciaal: serieus gecontroleerde en onder redactionele verantwoordelijkheid gepubliceerde tekst hoeft niet automatisch van een AI-label te worden voorzien.

De veiligste aanpak is daarom niet om overal standaard "gemaakt met AI" bij te zetten, maar om per toepassing vast te leggen wie de AI gebruikt, wie ermee communiceert, wat er wordt gepubliceerd en hoeveel menselijke controle er vóór publicatie plaatsvindt.

Neuralex geeft geen juridisch advies. De toepassing van de AI Act hangt af van de specifieke feiten, rollen en omstandigheden binnen iedere organisatie. Laat de vereisten voor jouw eigen situatie daarom beoordelen door een gekwalificeerde jurist.

Techniek, geen juridisch advies

Weten of jouw AI-toepassing onder artikel 50 valt?

Wij brengen in kaart welke AI-systemen je gebruikt, hoe ze met klanten of publiek interageren en waar een meldplicht relevant kan zijn. De juridische toetsing laten we aan jouw adviseur.